Google Analytics

01 april 2026

Reparatie: Philips Compo Soundmachine D8586

In het midden van de jaren tachtig was de draagbare “Soundmachine” hét statussymbool voor muziek op straat, op vakantie of gewoon in de slaapkamer. Met de Compo Soundmachine D8586 bracht Philips in 1986 een indrukwekkend model op de markt dat perfect aansloot bij de tijdgeest: groot, krachtig, technisch vooruitstrevend en ontworpen met die typische strakke industriële vormgeving uit het Philips-tijdperk van de jaren ’80.

De Philips Compo Soundmachine D8586 uit 1986

Wat dit model bijzonder maakte, waren de afneembare luidsprekers – een echte “compo”-opzet in draagbare vorm. Hierdoor kreeg je een breder stereobeeld dan bij de klassieke alles-in-één radio’s. Daarnaast beschikte de D8586 over twee cassettedecks met high-speed dubbing, ideaal om snel mixtapes te maken – in een tijd waarin de cassette hét medium was voor persoonlijke compilaties. Dat maakte dit apparaat niet alleen populair bij jongeren, maar ook bij iedereen die muziek wilde kopiëren of samenstellen zonder aparte hifi-installatie.

Een schuurvondst in uitzonderlijke staat

Het exemplaar in deze reparatieblog is een echte schuurvondst, maar optisch in bijna nieuwstaat. Dat is opmerkelijk, want veel van dit soort apparaten hebben doorgaans last van vergeelde kunststof, beschadigde speakerroosters of afgebroken antennes. Deze uitvoering lijkt bovendien redelijk zeldzaam – er worden momenteel (maart 2026) geen exemplaren aangeboden, wat het model extra interessant maakt voor verzamelaars van Philips-audio.

Technische staat en eerste bevindingen

Een zgn exploded view van de radio, handig bij demontage / montage.
Op de exploded view zijn de aanduidingen Cass A en Cass B abusievelijk verwisselt

Het spannendste onderdeel bij de demontage is de afstemschaal. Gelukkig blijkt het niet nodig om het afstemtouw los te halen. Door één schroefje bij de afstemcondensator los te draaien kan het complete mechanisme in één geheel worden verwijderd, zonder de afstemtouwconstructie te verstoren.

De radio-ontvangstprint; bovenin de ferrietantenne en centraal de afstemcondensator.
(bevestigingsschroef aan de achterzijde van de print).
Schema van het ontvangst gedeelte

Na het uit elkaar halen van de radio bleek het apparaat intern verrassend goed bewaard. Een aantal originele Philips-elco’s is nagemeten en deze bleken allemaal nog binnen specificatie – iets wat je bij apparatuur uit 1986 niet altijd mag verwachten.

De basis printplaat van de radio
Schema van de basisprint











De basis printplaat bevat o.a. een TA7668 – Tape Recorder Dual Preamplifier (dubbele voorversterker voor cassette-opname/weergave) en een BA5406 - Dual Power amplifier 2 x 5 W.

Opzet printplaat die o.a. de schuifpotentiometers bevat.
De linker is voor de treble/bas en de rechtse twee voor het volume rechts/links.

De schuifpotentiometers gaven een hard krakend geluid bij bediening. Na behandeling met contactspray functioneren ze weer soepel en storingsvrij.

Verder speelden de cassette­decks met een duidelijk jankend (wow & flutter) geluid. Zoals vaak bij dit soort systemen zijn uitgedroogde of uitgerekte snaaraandrijvingen de oorzaak. Om de snaren te vervangen moest praktisch de hele radio gedemonteerd worden – geen eenvoudige klus, maar noodzakelijk om bij de loopwerken te komen.

Exploded view van een cassette deck

De originele snaren zijn niet meer leverbaar, waardoor er naar geschikte vervangende exemplaren moet worden gezocht. Daarbij zijn een aantal eigenschappen van belang: het type snaar (rond of vierkant/rechthoekig), de diameter en vooral de juiste lengte. Omdat snaren na verloop van tijd uitrekken, mag een vervangende snaar meestal iets korter worden gekozen.

De eenvoudigste manier om de maat te bepalen is door de snaar plat te drukken en de lengte te meten. De omtrek is dan tweemaal de gemeten lengte. De diameter kan vervolgens worden berekend door de omtrek te delen door 3,14.

Aandrijving:

omtrek: 2 × 103 mm = 206 mm → 206 / 3,14 = ca. 65,6 mm diameter
dikte: 1,5 mm vierkant

Teller:
omtrek: 2 × 63,5 mm = 127 mm → 127 / 3,14 = ca. 40,5 mm diameter
dikte: 1 mm vierkant

Electro Andijk heeft een ruime selectie vervangende snaren. Voor de aandrijving is gekozen voor type BLT17358 (omtrek 201 mm, diameter ca. 64,0 mm, dikte 1,6 × 1,6 mm). Deze is iets dikker dan het origineel, maar past prima.

Voor de bandteller is gekozen voor BLT17108 (omtrek 127 mm, diameter ca. 40,5 mm, dikte 1 × 1 mm).

Een cassettedeck losgehaald en de oude snaar verwijderd.

Ook de opname-/weergavekop, de wiskop, de aandrijfstang en de rubberen aandrukrol zijn direct gereinigd met isopropanol om een optimale geluidskwaliteit te waarborgen.

Na het vervangen van de snaren, het reinigen van de mechaniek en het behandelen van de schuifpotentiometers functioneert de Philips D8586 weer zoals bedoeld. De cassettedecks lopen stabiel, het jankende geluid is verdwenen en ook de radio-ontvangst blijkt nog verrassend goed. Het is indrukwekkend hoe degelijk deze apparatuur destijds werd gebouwd. Na bijna veertig jaar bleek eigenlijk alleen het rubber van de aandrijfsnaren aan vervanging toe. Met nieuwe snaren kan deze soundmachine weer jarenlang mee.

19 maart 2026

Reparatie: S-120-12 Power supply

Onlangs kreeg ik een defecte schakelende voeding ter reparatie aangeboden: een S-120-12, een 12V / 10A voeding van Chinese makelij. Dit type voeding is in Nederland te koop voor ongeveer €25, maar op platforms zoals AliExpress al voor minder dan €7.

Op papier lijkt dit een uitstekende deal: compact, licht, en voldoende vermogen voor allerlei toepassingen. De voeding beschikt zelfs over een interne schakelaar om te kiezen tussen 110V en 220V netspanning.

Maar zoals zo vaak: de werkelijkheid blijkt anders zodra je de kap eraf haalt.

De printplaat van de S-120-12, hart van de schakeling is een TL494CN PWM regelaar.
Op het eerste gezicht lijkt er weinig aan de hand.

Inspectie onder de microscoop

Bij inspectie van de printplaat onder de microscoop viel direct iets zorgwekkends op.

  • Diverse weerstanden waren zichtbaar aangetast
  • De metalen pootjes leken deels weggevreten
  • Rond soldeerpunten zat een blauw/turquoise, soms kristallijn residu
  • Op andere plaatsen was een bruine, harsachtige substantie aanwezig

    Enkele weerstanden bevatten een bruine smurrie die het metaal heeft weggevreten



    Een kwestie van tijd dat deze weerstanden het ook gaan begeven


        Ook zichtbare flux resten op het soldeermasker

    Dit is geen cosmetisch probleem: dit is actieve corrosie. De Elco's waren in goede conditie en hebben niet gelekt.
    Op basis van de waarnemingen is de meest waarschijnlijke oorzaak: Slecht gereinigde, agressieve fluxresten uit de productie.

    Bij het solderen worden fluxmiddelen gebruikt om het soldeerproces te verbeteren. In goedkope productieprocessen worden vaak actieve (zuurhoudende) fluxen gebruikt, die na het solderen eigenlijk grondig verwijderd moeten worden.
    Bij deze voeding lijkt dat niet of onvoldoende gebeurd te zijn.

    De blauwe aanslag: een belangrijk signaal

    De aangetroffen blauwe aanslag bestaat zeer waarschijnlijk uit koperzouten, ontstaan door een reactie tussen koper en halidehoudende fluxresten. Dit type corrosie wordt in de industrie beschouwd als een gevolg van onvoldoende reiniging na het soldeerproces.
    De opvallende blauwe kristallen op de pootjes zijn een duidelijk teken van chemische aantasting.
    Dit zijn zeer waarschijnlijk koperzouten, ontstaan door een reactie tussen:

    • koper (van componentpootjes of printbanen)
    • vocht uit de lucht
    • resten van agressieve flux (vaak halidehoudend)

      De meest waarschijnlijke verbindingen zijn koperchloride-achtige verbindingen of mengvormen van koperzouten.
      Deze stoffen zijn niet alleen corrosief, maar vaak ook hygroscopisch (trekken vocht aan) en licht geleidend.

      Gevolgen op termijn

      Dit soort vervuiling kan leiden tot:

      • verdere corrosie van componenten
      • verhoogde lekstromen
      • instabiele werking
      • uiteindelijk uitval van de voeding

        Dit proces stopt niet vanzelf en kan zelfs versnellen door vocht en temperatuur, waardoor de betrouwbaarheid in de loop van de tijd verder afneemt.

        Opvallend: leeftijd van de voeding

        Wat dit geval extra bijzonder maakt: deze voeding was slechts enkele jaren oud.
        Waar dit soort corrosie vroeger vooral bij oudere apparatuur werd gezien, zien we het nu steeds vaker bij moderne budget-elektronica.
        De oorzaak is duidelijk: kostenbesparing in productie, waarschijnlijk is het wasproces overgeslagen.

          Is reparatie mogelijk?

          In theorie wel:

          • corrosie verwijderen
          • print reinigen (bijv. met IPA)
          • aangetaste componenten vervangen (in dit geval ca. 80%)
          • solderingen herstellen

            Maar in de praktijk is de vraag: Is een voeding van enkele euro’s het risico en de tijd waard?
            Voor niet-kritische toepassingen misschien. Voor serieuze of langdurige inzet: absoluut niet aan te raden.

            Veiligheidsaspect

            Omdat het hier om een netgevoede schakelende voeding gaat, kan interne degradatie leiden tot onvoorspelbaar gedrag. In het slechtste geval kan dit resulteren in doorslag, oververhitting of gevaarlijke spanningen op de uitgang.

              Conclusie

              Deze S-120-12 voeding laat goed zien wat er kan gebeuren bij extreem goedkope elektronica:

              De lage aanschafprijs betaald zich uit met slechte kwaliteit, betrouwbaarheid en levensduur.

              Wat er op het eerste gezicht uitziet als een prima deal, kan intern al vanaf dag één een tikkende tijdbom zijn.

              Advies

              Gebruik dit type goedkope voedingen bij voorkeur niet. De aangetroffen constructie- en kwaliteitsproblemen maken ze ongeschikt voor betrouwbare of langdurige inzet.

              03 maart 2026

              Reparatie: Labover leukocytendifferentiatieteller

              Op Catawiki werd onlangs een laboratoriumapparaat aangeboden dat onmiddellijk mijn aandacht trok. Het industriële ontwerp en de groene kleur, gecombineerd met de aanwezigheid van negen druktoetsen en maar liefst veertien rode LED-7-segmentdisplays, gaven het een uitgesproken jaren ’80/’90-uitstraling.

              Wat mij daarnaast opviel, waren de Digitast druktoetsen van het merk ITT Schadow inc. Dat waren in die tijd professionele, degelijke toetsen die veel werden toegepast in meet- en laboratoriumapparatuur. Voor mij zijn ze direct herkenbaar uit apparatuur uit de jaren tachtig en negentig — robuust, met of zonder LED, voorzien van een duidelijke klik en gebouwd voor intensief dagelijks gebruik.

              Online bleek er nauwelijks iets over dit apparaat te vinden. Die onbekendheid maakte het alleen maar interessanter. Toen het bod nog ruim onder de helft van geschatte waarde stond, besloot ik mijn kans te wagen, waarna ik onverwacht als hoogste bieder eindigde.

              Inspectie

              De kast is volledig gesloten uitgevoerd en bevat, afgezien van het vaste netsnoer, geen enkele externe aansluiting. Geen BNC’s, geen seriële poort, geen zekeringhouder aan de buitenzijde — het apparaat lijkt bedoeld om permanent op een werkbank te staan en uitsluitend lokaal te worden bediend.

              Dat wijst op een zelfstandige functie: tellen — en niets anders.

              Aan de achterzijde bevindt zich een typeplaatje met onder andere het fabricaat Labover, model 460220 en een netspanning van 220V.


              De sticker

              Op de bovenzijde is een Franse service-/distributeursticker aangebracht. Zulke stickers zie je vaak op laboratoriumapparatuur die regionaal is geleverd of onderhouden. De polyurethaan toplaag van de sticker is na tientallen jaren verouderd en gebarsten, wat heeft geleid tot het karakteristieke craquelé-patroon.

              Onder vergroting is nog leesbaar:

              MATERIEL LABORATOIRE INDUSTRIE
              VENTE · RÉPARATION
              36 AVENUE DE LARRIEU - 31100 TOULOUSE, TÉLÉPHONE … 06 06

              Dit wijst erop dat dit bedrijf fungeerde als regionale leverancier en servicepartner voor verkoop en reparatie van laboratoriumapparatuur. Op dit adres is nog steeds het familiebedrijf S.E.L.I. / SELI Équipement de Laboratoire et d’Industrie gevestigd, opgericht in 1978.

              Wat is een leukocytendifferentiatieteller?

              Al snel bleek dat het apparaat bedoeld is voor het handmatig tellen en classificeren van witte bloedcellen onder een microscoop: een leukocytendifferentiatieteller — een prachtig Scrabblewoord, zeker bij 3× woordwaarde ;-)

              Bij microscopische beoordeling van een bloeduitstrijkje telt een laborant doorgaans 100 leukocyten. Elke cel wordt ingedeeld in een categorie, bijvoorbeeld:

              • neutrofielen
              • lymfocyten
              • monocyten
              • eosinofielen
              • basofielen
              • overige / afwijkende cellen

              Dit apparaat heeft zes telkanalen plus een totaalteller. Bij elke druk op één van de zes categorietoetsen wordt zowel de betreffende teller als de totaalteller (helemaal links) met één verhoogd.

              Zodra de totaalteller de limiet van 50 of 100 bereikt, klinkt een pieptoon en kan de procentuele verdeling direct worden afgelezen — het aantal getelde cellen (bij 100) is dan immers gelijk aan het percentage.

              Bediening



              De bediening is overzichtelijk en logisch opgebouwd:

              1. Zet het apparaat aan met de uiterst linkse toets (1).
              2. Kies met toets (2) het maximale aantal tellingen:
                - Groene stand: tellen stopt bij 50 cellen
                - Rode stand: tellen stopt bij 100 cellen
              3. Bekijk het preparaat onder de microscoop.
              4. Druk bij elke waargenomen cel op de bijbehorende categorietoets (4 t/m 9).
              5. Bij elke druk wordt zowel de betreffende categorie als de totaalteller verhoogd.
              6. Bij het bereiken van 50 of 100 klinkt een pieptoon en wordt verdere telling geblokkeerd.
              7. Druk op de rode resettoets (3) om alle tellers weer op nul te zetten en de vergrendeling op te heffen.

              Oorspronkelijk gebruik

              Gezien de robuuste bouw en de zichtbare gebruikssporen in de vorm van vuil is het aannemelijk dat dit apparaat intensief gebruikt is in een kleinere klinische of veterinaire praktijk.

              In de vroege jaren ’90 waren geautomatiseerde hematologie-analyzers al gangbaar in grotere ziekenhuizen. Kleinere laboratoria en dierenartsenpraktijken bleven echter vaak langer afhankelijk van handmatige differentiatie onder de microscoop.

              De vervuiling rond de toetsen en de thermische verkleuring op de printplaat wijzen in elk geval op langdurig en dagelijks gebruik in een minder steriele omgeving.

              Viezigheid op de printplaat rondom de toetsen.

              Reparatie

              De electronica ontdaan van de kast

              Na het openen van de behuizing blijkt de voeding verrassend eenvoudig opgebouwd:

              • Nettransformator
              • Bruggelijkrichter (4 diodes)
              • 4700 µF afvlakcondensator
              • Geen spanningsregelaar

              Het geheel is opgebouwd met twee printplaten die via een bandkabel met elkaar verbonden zijn.
              Op de printplaten staat als interne referentie “LABOVER ref 1095”.

              Op basis van datumcodes op de componenten is de print te dateren na 9109 (1991 week 9). Dit bevestigd de productiedatum op het typeplaatje: 06/91 (juni 1991).

              Hoofdprint


              De hoofdprint bevat de voeding, druktoetsen, logica en een pieper. CD4011 NAND-poorten worden gebruikt voor toetsontdendering.

              Displayprint

              De schuin gemonteerde display print bevat de teller IC's en de 7-segment displays.

              Elk cijfer wordt aangestuurd door een CD4026, die zowel een teller als 7 segment decoder bevat.

              Opvallend: de displays zijn dus niet gemultiplexed — dat maakt het ontwerp overzichtelijk en goed te begrijpen, maar betekent ook continu LED-stroom en dus warmteontwikkeling.

              De zwart verkleurde plekken op de hoofdprint bevinden zich rond de warmste onderdelen:  de gelijkrichter diodes (1) en een 10 Ohm 5W weerstand (2) in de retourlijn van de displayprint.

              De temperatuur van deze weerstand loopt op tot 85 graden celcius, maar dit is binnen specificatie van de weerstand.


              Defecten

              Het apparaat werkte aanvankelijk niet ("dead on arrival"). Bij nadere inspectie bleek de oorzaak een koude soldeerlas bij de transformatoraansluiting.

              De koude soldeerlas bij de trafo aansluiting

              Een klassiek geval van mechanische belasting op een zwaar onderdeel. Na het vertinnen functioneerde de voeding weer correct.

              Daarnaast reageerden enkele toetsen onbetrouwbaar of werd de teller soms met meerdere stappen tegelijk verhoogd. Bij mechanische druktoetsen ontstaat bij het indrukken namelijk kortstondig contactdender: het contact maakt en verbreekt in fracties van seconden meerdere keren verbinding. Om te voorkomen dat dit tot meerdere telpulsen leidt, is in de schakeling een flipflop-oplossing opgenomen die het signaal moet “ontdenderen” (debouncen) tot één nette puls per toetsdruk. In dit geval bleek echter niet de logica, maar slecht gesoldeerde toetsverbindingen de oorzaak van de storingen. Na het opnieuw doorsolderen van de toets aansluitingen op de hoofdprint functioneerden ze weer volledig correct.

              Reiniging

              Rondom de toetsen bevond zich een aanzienlijke hoeveelheid vervuiling: een mengsel van stof, vet en sporen van jarenlang gebruik.

              De printplaat is lokaal gereinigd met isopropanol (ik gebruik hiervoor 99,9% isopropylalcohol, IPA) en zachte borstels. Daarbij heb ik voorzichtig gewerkt om opschriften en componentmarkeringen te behouden. Na reiniging zijn geen corrosiesporen aangetroffen.

              Metingen aan de voeding

              • Trafo secundair: 11,6 V AC
              • Spanning over de elco: 11,3 V DC
              • Rimpelspanning: 1,6 V AC
              • Elco (4700 µF): gemeten 4100 µF, ESR 0,24 Ω

              Voor een ruim 30 jaar oude condensator zijn deze waarden nog zeer acceptabel en binnen specificatie.

              Ideeën voor herbestemming

              Hoewel het apparaat oorspronkelijk bedoeld is voor hematologisch gebruik, zijn er leuke alternatieve toepassingen denkbaar:

              • handmatige event-counter bij experimenten
              • retro scorebord
              • teller voor productieaantallen
              • interactief museumstuk over laboratoriumtechniek
              • educatief demonstratiemodel voor CMOS-logica (CD4026 cascades)

              Wat begon als een onbekend apparaat zonder documentatie, bleek een doordacht en degelijk ontworpen laboratoriuminstrument uit het begin van de jaren negentig. De eenvoudige maar robuuste CMOS-logica, de niet-gemultiplexte displays en de industrieel gedimensioneerde componenten laten zien hoe medische elektronica vóór het microcontroller-tijdperk werd ontworpen: overzichtelijk, repareerbaar en gebouwd voor langdurig dagelijks gebruik. 

              Het apparaat werkt inmiddels weer zoals bedoeld — en vormt nu een fraai tastbaar stukje laboratoriumgeschiedenis op mijn werkbank.